De Wallen

Verwondering

Elke dag zie ik ze lopen, staan en zitten. Gelaten wachtend.

Jong en oud, strak en verlept, glad en gerimpeld, blank en minder blank, stijlvol en stijlloos, netjes en slordig. Allen gelijk en toch zo verschillend. Onverschillig maar toch ook welwillend. Een eigen keuze, hoewel vaak door de omstandigheden gedwongen.

Ik zou het vast willen leggen. Op de gevoelige plaat zoals dat zo mooi heet. Rauw en echt, niet gekunsteld. Zonder masker, zonder schild. Geen mogelijkheid tot verstoppen. Een blik op hun echte ik.

Eigenlijk wil ik ze ook vragen hoe het voelt. Hoe het is. Waarom ze blijven komen. Elke dag of toch nog minstens één keer. Waar ze van dromen. En nog zoveel meer.

Of er een dag bij gaan zitten. Het bestuderen. Kijken hoe naarmate de dag vordert er meer verdwijnen, en naarmate het weer donkerder wordt ze weer verschijnen.

Slaperige mensen. Een winderig station. Met wallen onder de ogen.

Een mooi gezicht.