De trein

Een kort verhaal

Maandagmorgen 7 uur. Ietwat verdwaasd zet ik mijn wekker uit. Het moment waarop ik me realiseer dat het vandaag eindelijk zover is. Het is vakantie.

Heel wat vrolijker dan voorgaande weken loop ik naar beneden. Hoewel het nieuws (zoals gebruikelijk) niet echt om over naar huis te schrijven is (en toch heeft iemand die moeite genomen) lees ik met een glimlach de krant door, werk mijn energy drink die ik altijd bij wijze van ontbijt neem in sneltreinvaart naar binnen en vertrek uiteindelijk vrolijk richting station.

Vakantie betekent twee dingen. De vakantiedienstregeling gaat in en er is eindelijk eens ruimte om normaal (of überhaupt) te zitten in de sprinter. Het eerste is fijn omdat dat betekent dat de spitstrein uit de dienstregeling verdwijnt en die zorgt er altijd voor dat ik moet rennen om mijn aansluiting met mijn sprinter te halen. Het tweede betekent dat ik samen met 100% van alle reizigers maar één ding wil: ruimte. En die krijg ik dan ook.


Maandagmorgen 7 uur. Ietwat verdwaasd zet ik mijn wekker uit. Het moment waarop ik me realiseer dat het vandaag eindelijk zover is. De vakantie is voorbij.

Heel wat vrolijker dan voorgaande weken loop ik naar beneden. Hoewel het nieuws (zoals gebruikelijk) niet echt om over naar huis te schrijven is (en toch heeft iemand wéér die moeite genomen) lees ik met een glimlach de krant door, werk mijn energy drink die ik altijd bij wijze van ontbijt neem in sneltreinvaart naar binnen en vertrek uiteindelijk vrolijk richting station.

De vakantie voorbij betekent twee dingen. Geen vakantiegangers en dagjesmensen meer in de trein maar alleen maar studenten en werknemers. Het eerste is fijn omdat het betekent dat ik mijn nek niet meer breek over de koffers en het niet slapen wegens de herrie ook voorbij is. Het tweede betekent dat ik samen met 100% van alle reizigers maar één ding wil: rust. En die krijg ik, hoewel wat krap zittend, dan ook.